Met verdacht vermoeide benen stap ik Schiphol binnen. Ik heb zojuist mijn laatste vijf kilometer loopje erop zitten voordat het echte werk begint, tijdens niets minder dan de halve marathon van Taipei. Het is het alweer het tweede jaar dat ik Taiwan mag bezoeken op uitnodiging van Eva Airways, maar het voelt toch weer anders. Enthousiast maar een tikkeltje onwennig kijk ik naar hoe er zich langzaam een oneindige rij Aziaten vormt voor de check-in desk. Via de mail had ik eerder die week doorgekregen dat ik om 18:30 op deze plek moest meeten, maar met wie ik nou precies mocht meeten was me een groot raadsel. Ik zag er blijkbaar erg verloren uit, want binnen de kortste keren hoorde ik een stemmetje zeggen:

“Jij bent Laura, toch?”

Ik had mijn mensen gevonden. Positief verrast stelde ik me voor aan de babbelende groep van in totaal maar liefst veertien Nederlandse journalisten en zakenrelaties. Opgetogen en gretig om erachter te komen wat er op ons te wachten stond, maar allemaal zonder ook maar enig idee van wat Taiwan de komende vier dagen voor ons in petto zou hebben.

Stinky tofu & hightech toiletbrillen

Drie maanden geleden begon mijn training, wederom volgens het sportrusten programma. Dat ging niet zo precies als het jaar daarvoor, omdat ik meerdere zaterdagen iets te diep in het glaasje had gekeken en de Spaanse reggaeton boven mijn zondagochtend rondje verkoos. Uit angst voor het ergste propte ik er daarom toch nog een vijftien kilometer loopje in, drie weken voor de start. Just in case. Die ging lekker en daarmee was ik dan ook direct gerustgesteld: het zou goed komen. Een nieuw record zoals vorig jaar zou er dan wel niet inzitten, maar het hardlopen zou niet even leuk zijn als je record na record verbreekt. Nee, jezelf continu training na training verbeteren is niet alleen saai, maar ook zeer onwaarschijnlijk. Er is echter iets anders dat ons kan motiveren tot trainen, dag in dag uit, maand in maand uit: de locatie.

Dat hardlopen in het buitenland iets speciaals heeft is niets nieuws. Maar een buitenlands evenement is niet de enige factor die mij naar de andere kant van de wereld laat reizen. Het is dít land dat me roept. Van de nette metrostations tot de toiletbril met duizend en één verwarmings- en schoonmaak opties. Van de torenhoge Taipei 101 tot de adembenemende oostkust. Van hun onvoorwaardelijke liefde voor de afschuwelijke stinky tofu tot het keiharde lachen om hun eigen flauwe grapjes: de Taiwanezen stelen je hart. Mijn hart hebben ze in ieder geval gestolen, vorig jaar op exact dezelfde plaats. En dat is precies waarom ik hier terug ben met een gloednieuw reis-raceverhaal voor jou.

Hoe onze culture activiteiten in levende lijve verlopen, kun je drie dagen lang terugzien op mijn YouTube kanaal. Daar maak ik foute grapjes, suffe opmerkingen en regelrechte Lau blunders. Dit verhaal begin ik bij de start van de halve marathon, daar waar er geen weg meer terug was.

Hurk-plas-trap

Het is 05:19, over precies één minuut gaan we van start. Hijgend van mijn kleine sprintje naar de start probeer ik zo snel mogelijk me voor te bereiden op de race. Veters gestrikt? Check. GPS aan? Check. Spotify ready? Ja zeker! Niet veel eerder stond ik in een oneindige rij hardlopers voor de welbekende dixie te wachten. Dit was overigens geen gewone dixie, maar een hurk-plas-trap dixie. Wat de echte benaming hiervan is zal me een worst wezen, maar ik ben nu al groot fan van ze. Het is heel simpel. Je trekt je broek naar beneden, squat zo diep je kan, plast, papiertje erin en hupsakee! Vervolgens trap je zo hard als je kan met je voet op een grote rubberen knop die net zoals een campingtoilet een gat opent waar jouw plasje netjes in verdwijnt. Hoef je nooit meer per ongeluk naar de zenuwenpoepjes van je voorgaande hardloper te kijken.

Nog steeds sta ik alleen in het startvak. Ik heb mijn hardloopmaatjes verloren en sta er nu alleen voor, dus probeer extra alert te zijn. Na een zee van Chinese woorden hoor ik plots Engels. Dat niet alleen, ik hoor iemand in het Engels aftellen. 5, 4, 3,… Met een snelheid van Kipchoge prop ik mijn veters in mijn schoen en trek ik voor de laatste keer mijn broekje recht. …2, GO!

Beetje bij beetje komt de mensenmassa op gang en is er geen weg meer terug. Het valt me op dat ik vrijwel het enige blonde wezen ben dat ik kan zien. Dat betekent dat deze race nog niet door de Westerse wereld is ontdekt en oh boy, I like it. Omringd door sportieve Chinezen, Taiwanezen en Japanners begin ik aan een levensecht hardloopsprookje. De route leidt ons door een indrukwekkende met palmbomen gevulde en verlichte hoofdstraat, waar we in de verte het geweldige Taipei 101 gebouw kunnen zien. We rennen langs het prachtige en enorme tempelhotel, krijgen in het Dahu park een gouden zonsopgang cadeau en worden eenmaal bij de rivier aangekomen verwelkomd door een roze lucht.

Spaghetti armen & teenslippers

Hoe meer ik mijn eindtijd los probeer te laten, hoe opmerkelijkere dingen ik voorbij zie komen. Mijn aandacht wordt de eerste keer gewekt door een meisje dat met haar armen recht langs haar lijf loopt, in plaats van ze gebogen mee te zwaaien. Nou heb ik zelf ook een vreemd paar armen als ik ze strek, waarbij mijn elleboog nét even verder knikt dan lekker is. “Getsie, doe dat niet! zijn reacties die ik regelmatig krijg van mijn omgeving. Deze hardloopster is er echter niets bij. Terwijl ze haar bovenarmen strak langs haar lijft houdt, zwieren haar onderarmen van voor naar achter alsof ze gevuld zijn met spaghetti in plaats van bot. Even blijf ik gefascineerd achter haar lopen, mezelf afvragend of ze ook daadwerkelijk minder energie verbruikt door haar armen niet te bewegen.

Mijn aandacht wordt verstoord zodra er twee volwassen mannen mij links inhalen. Op zich is daar niets vreemds aan, maar zodra je nog een tweede keer kijkt, valt op dat ze rubberen teenslippers aanhebben, met dáár in weer lange wollen sokken. Even ben ik compleet in de war. Het barefoot concept kende ik, maar dit? Ik kan niet eens normaal lopen zonder een paar te verliezen en krijg al kippenvel bij het idee het teenslippertje tussen mijn twee tenen te moeten drukken met sokken aan. Laat staan er eenentwintig kilometer op rennen!

Dan lijkt het een paar kilometer gedaan met de pret, tot ik plots op mijn schouder getikt wordt. Of ik een foto wil bij het bordje van kilometer vijftien. Heel even verbaasd om het feit dat deze mevrouw vrijwillig wil stoppen om een foto van mij te maken, maar tegelijkertijd onder de indruk van de goedwilligheid van deze mevrouw, laat ik haar inderdaad een foto maken. Maar, de mevrouw stopt niet, met als resultaat een serie vol foto’s waarin ik probeer aan te geven dat het genoeg is. Dat ik weer verder wil rennen. Deze foto behoort nu tot één van mijn meest ongemakkelijke foto’s aller tijden:

Hand in hand

De race zelf bleek er een van de zwaardere te zijn, hoogstwaarschijnlijk door het enorme slaaptekort, de warmte, de jet lag, you name it. Je kan me eventueel in 3D zien lijden op YouTube, voor een goede portie leedvermaak. Maar als hardloper weet je vast als geen ander dat lijden in deze sport samen kan gaan met genieten. Intenser genieten bestaat niet. Ik heb elke stap wel ergens een pijntje of ongemak in mijn lichaam gevoeld, maar elke meter keihard genoten. Elke minuut afgeteld, maar ook elke minuut gehoopt dat het nog niet voorbij was.

Na 2 uur en 8 minuten kwam ik over de finish, 23 minuten later dan het jaar ervoor. Het is daarmee één van mijn slomere wedstrijden, maar zonder twijfel een van de mooisten.

Tot volgend jaar, Taiwan,

Liefs,

Lau