Ondanks het feit dat ik al zo een 6 jaar van mijn 23-jarig bestaan artikelen schrijf, heb ik mezelf tot voor kort nog nooit eerder een schrijfster durven noemen. Deze titel was naar mijn mening alleen bestemd voor de mensen die het voor elkaar krijgen ware meesterwerken neer te zetten zoals een Dan Brown of J.K. Rowling. Iemand die blogs schrijft een schrijfster noemen zou zacht uitgedrukt een schande zijn en de echte talenten tekortschieten.

En toch bleef er iets aan me knagen.

2018 zette ik al mijn onzekerheden aan de kant en begon ik te brainstormen over datgeen dat ik zo vreesde maar tegelijkertijd zo hard wilde: een boek schrijven. Alsof het zo moest zijn werd ik twee maanden later door twee bekende uitgeverijen benaderd. En here I am, inmiddels dik twee maanden vol beurse typevingers verder. Aangezien mijn grootste dagdeel tegenwoordig bestaat uit schrijven kan ik er niet meer omheen:  

Ik ben een schrijfster.

En ik realiseer me nu dat ik dat altijd al geweest ben.

Ben jij een schrijver?

Of je nou al twaalf boeken hebt uitgebracht of sinds kort een blog bijhoudt, meerdere bestsellers hebt verkocht of juist door tig uitgeverijen bent afgewezen: het succes maakt je geen schrijver, maar het schrijven doet dat. Schrijven doe je omdat het vanuit je ziel komt, je schrijft om te kunnen functioneren. Gaat schrijven vrijwel vanzelf en zie je het niet alleen als een hobby maar als een must, dan ben je waarschijnlijk een schrijver.

Gefeliciteerd.

Cliché, maar waar

Het grappige is dat mijn leven als schrijfster nogal anders is dan ik het me had voorgesteld. Lachend belde ik eerder vandaag mijn moeder op en hadden we het over hoe mijn leven op dit moment beïnvloed wordt door het boek. Klinkt cliché, maar de feiten liegen er niet om.

Ik ben veranderd in een vrij zweverig gebeuren met warrig haar en een bril die constant nonchalant op het puntje van mijn neus hangt. Ik heb zelfs een yoga mat aangeschaft op Amazon en wurm mezelf twee keer per week in de meest onmogelijke poses.

Zo schrijf ik dit artikel vanaf een terras in het zonnetje in Málaga, met een glas sangría naast me en een flinke toef zonnebrand op mijn neus. Wijze les nummer één: schrijven doe ik het best in het openbaar. Het geroezemoes en de achtergrondgeluiden helpen me gek genoeg om meer te focussen. Niet alleen in mijn werkomgeving maar mijn leven in het algemeen hebben een paar opmerkelijke veranderingen plaatsgevonden. Het leek me een uitermate goed idee om deze veranderingen met jullie te delen. 

Waar loop je bij het schrijven van een boek zoal tegenaan? Je leest het in dit artikel.

Adíos regelmaat

Ik had aan het begin van dit project al snel een planning gemaakt en een duidelijk idee van hoe ik mijn dagen zou gaan indelen. Mijn werkdag zou beginnen om 09:00 en eindigen om 17:00 uur. Prima, toch?

Ha, was ik even naïef.

Het probleem is dat je nooit weet wanneer je inspiratie zal hebben en áls je al de inspiratie vindt, dat op de meest bizarre momenten is. Wanneer ik aan het hardlopen ben, bijvoorbeeld. Of aan tafel zit bij mijn schoonouders. Mijn hersenen lijken het precies zó uit te stippelen dat ik geen notitieboekje bij de hand heb en mijn geniale ideeën dus in mijn hoofd moet blijven herhalen tot ik ze ergens kan opschrijven. Top. Zo zat ik gisteren tot 02:30 ´s nachts op mijn toetsenbord te rammen en schrok ik met mijn telefoon op mijn wang geplakt om 10:00 wakker. Ik laat me nu leiden door inspiratie en plan mijn andere taken daar omheen. Zover dat kan, natuurlijk.

Gevoelens veranderen sneller dan het licht

Ik kan het ene moment denken dat ik een waar meesterwerk aan het creëren ben, gevolgd door een urenlange depressie waarin ik ervan overtuigd ben dat dit een flop wordt en dat mijn ouders en kat mijn enige trouwe lezers zullen zijn. Mijn onzekerheden zijn de grootste uitdaging tijdens het schrijfproces en kunnen me zomaar een paar dagen van serieus schrijven weerhouden.

Je offert je privacy op

Of je nou fictie of non-fictie schrijft, de personages zijn vaak deels gebaseerd op mensen uit het echte leven. Ik balanceer continu op het randje van aardig willen blijven en een goed verhaal willen neerzetten. Ook is het een constante strijd tussen de details willen delen en diezelfde details niet met íedereen willen delen. Sommige sappige details vertel je je ouders liever niet, bijvoorbeeld. Op en top crinchen, dit.

Het totaalplaatje

Ik kan het niet laten. Ik fantaseer nu al over de kleur van de cover en de dag van de boekpresentatie. Elke keer als ik langs een boekenwinkel loop moet ik even over de cover van een boek aaien en mijn ogen dicht doen. Kom ik hier ooit te liggen? 

Waar gaat je boek over?

“Waar gaat je boek over?” is zo een beetje de verschrikkelijkste vraag die je kan stellen. Ik wil namelijk niet te veel weggeven, maar ook niet het idee geven dat het een boek zonder inhoud wordt door een kort antwoord te geven. Voordat ik het weet stotter ik een te lang en vaag verhaal over wie, wat en hoe waar geen touw meer aan vast te knopen is. Het beste is om gewoon geduldig te wachten tot de publicatiedatum. Bespaar je een hoop gestotter en gestamel van mijn kant mee.

De slechte dagen

Dat er dagen met bijna tot geen inspiratie zouden zijn had ik zien aankomen, maar dat slechte schrijfdagen zó slecht konden zijn? Wauw. Ik probeer me op dagen met weinig inspiratie aan te sporen tot schrijven, maar af en toe sta ik perplex van wat ik de dag erna allemaal in mijn Word-document aantref. Alsof er iets buitenaards een random tekst heeft geschreven op de automatische stand. Ik vind soms woorden terug waar ik het bestaan niet vanaf wist en gezegdes met een compleet nieuwe betekenis. Ook dat is een kunst, overigens.

Google Search

Als iemand mijn Google historie zou bekijken zou ik waarschijnlijk regelrecht naar het gekkenhuis gestuurd worden. Ik zoek de meest random feiten en onderzoeken op, die zo los van elkaar alles behalve logisch zijn. Misschien moet ik vanaf nu in incognitomodus verder zoeken. 

De schrijversflow is een echt ding

Oké, soms is inspiratie nergens te vinden. Maar wanneer die inspiratie er eenmaal is, houd je vast en bereid je voor. Eten, drinken en ademen is overbodig. Zolang je maar die wirrewar aan woorden zo snel mogelijk opgeschreven krijgt. Ik negeer alles en iedereen om me heen en zit in een bubbel. Eenmaal uit die bubbel blijk ik ineens een paar duizend woorden verder te zijn. Bam! Lang leve de schrijfbubbels.

De looks

De warrige schrijver look krijg je er helaas gratis bij. Geloof het of niet, maar ik vergeet tegenwoordig vaak genoeg mijn haar te borstelen. Of ik loop de hele dag met een ketchup vlek aan de zijkant van mijn mond. Alsof mijn chaotische ik niet genoeg te verwerken heeft op een dag, merk ik oprecht dat ik nog een tikkeltje chaotischer ben geworden. Bless de mensen in mijn buurt.

Nee, leven als schrijfster is niet het meest glamorous leven, maar man wát geeft het een voldoening wanneer je een lege Word-pagina omtovert in een fijn, kloppend verhaal. Ik kan niet wachten om te ontdekken wat voor struggles er nog meer op mijn pad komen de komende maanden.

Meer schrijvers tussen de lezers die zich in deze struggles herkennen?

Liefs,

Lau