Niet alle hardloopwedstrijden gaan even makkelijk, maar het gevoel na afloop blijft voor mij vrijwel altijd hetzelfde: oneindige blijdschap. Gisteren rende ik de halve marathon van Málaga, mijn eerste officiële race aan de “kust van de zon”. In dit race verslag neem ik je mee in mijn hardloopgedachten en geef ik je hopelijk weer een goede dosis hardloopkriebels. Daar gaan we!

07:30, de wekker gaat. Zo vroeg is het niet, maar ik voel me als een zombie uit de Walking Dead terwijl ik met mijn ogen dicht in automatische stand naar de badkamer ga. De missverkiezing van gisteren eindigde pas rond een uur of één ‘s nachts, anderhalf uur later lag ik pas in bed. Je kunt wel zeggen dat mijn voorbereiding bagger is. Terwijl ik door het appartement schuifel voel ik dat de bal van mijn voorvoet geïrriteerd is. Dat krijg je, als je na jaren ineens weer een hele avond op stiletto’s doorbrengt. Ik duw met tegenzin een half stokbrood jam naar binnen en klok een halve liter water weg. Nog geen 5 uur terug at ik een enorme hoeveelheid aan vette pizza en ik merk dat mijn buik niet blij is. Ik kleed me snel om, nog steeds met mijn ogen half dicht hopend op het beste en ga naar buiten.

Eenmaal buiten kom ik erachter dat het keihard regent, wat tegen de weersvoorspelling ingaat van eerder die nacht. Grommend en met het kippenvel op mijn armen vertel ik Tony dat ik geen regenjasje mee heb. Ik verstop me dieper achter mijn cap. Ik heb nu totaal geen zin om te hardlopen, maar heb dat 9 van de 10 keer niet voor een race. Ik houd goede hoop.

Zodra ik ben afgezet door het liefste vriendje op deze aardbol loop ik de bizar drukke hal binnen. Ik weet dat mijn Málaga buddy Sabine vandaag haar eerste halve marathon loopt en neem me voor haar zo een berichtje te sturen om te kijken waar ze uithangt. Tot mijn verbazing zie ik haar vrijwel direct met haar blonde zwiepende staart tussen de menigte lopen. Op zich is dit ook zo gek nog niet, want voor elke vrouw die meedoet zijn er misschien wel 20 hardlopende mannen. Wij vrouwen zijn flink in de minderheid en blondines zijn er nóg minder. Ik klets even met haar vader en vriendje, waarna we samen richting de start gaan.

Onze wegen scheiden bij de stinkende dixies. Na een laatste plas ren ik het eerste en beste start vak in dat ik tegenkom. Het is enorm druk en ik heb totaal geen overzicht. Niemand staat volgens het juiste start vak en er is ook niemand die in de gaten houdt of iedereen wel goed staat. Best vreemd, voor zo een populaire race. Ik bibber door de regen en de kou en vraag me af hoe het kan dat het de laatste 3 weken geregend heeft in de meest zonnige stad van Spanje. “Begint iedereen serieus te gelijk? Niet start vak voor start vak? Wat is dit voor een gekte?” Mompel ik in mezelf. Zodra het startschot klinkt duurt het ongeveer 2 minuten voordat ik de startlijn over dwaal. Ik sta in de startgroep met eindtijd van 1:40:00 (hah, zo snel eindig ik NOOIT!) maar zie al gauw dat daar dus inderdaad niets van klopt. Ik begin met lopen, vervolgd door joggen en het duurt een kilometer of twee voordat ik eindelijk op mijn eigen tempo kan lopen door de onwijze drukte. Game is on.

Het begin voelt oncomfortabel, zoals elke run. Ik weet niet hoe het kan, maar het duurt altijd een kilometer of 4 voordat ik lekker in mijn ritme kom. Ik hou een ritme aan van zo een 5:25 min. per kilometer en dat voelt redelijk oké, al zijn er momenten dat het me een beetje moeite kost. Ik dacht dat dit een plat parcours zou zijn, valt dat even tegen. Ik neem mezelf voor dat ik wil finishen onder de 02:00:00 en begin mijn lange, stijve spillebenen vooruit te gooien. Gaan met die banaan Lau.

Bij kilometer 6 besluit ik al rennend mijn eerste slokje water te nemen en verbaas me over de belachelijke manier waarop de drinkposts geregeld zijn. Er worden serieus flesjes van halve liters uitgedeeld, waar alle hardlopers maar twee slokjes uit drinken voordat ze het plastic op de straat kletteren. Ik heb nog nooit zoveel plastic troep bij elkaar gezien. Wat een water- én plasticverspilling! Ze hadden 90% kunnen besparen door ons papieren bekertjes te geven met een klein beetje water, zoals ze in Nederland toen. Perplex loop ik verder.

De volgende kilometers lopen we op bekend terrein. We gaan omhoog langs de haven van Málaga, waar ik altijd ren, en hobbelen vervolgens door het oude vertrouwde centrum waar ik woon. Ik let goed op om te kijken of ik Tony toevallig ergens zie lopen, maar helaas pindakaas. Prompt hoor ik de menigte OHHH roepen. What just happened? Ik volg nieuwsgierig de gezichten om me heen die allemaal omhoogkijken. SHIT. De pacer van twee uur, waar ik al een tijdje op zo een 200 meter afstand achteraan hobbel, is zojuist zijn ballon kwijtgeraakt. De blauwe ballon verandert langzaam maar zeker in een blauw stipje, tot hij helemaal uit het zicht verdwenen is. Paniekerig kijk ik op me heen. Hoe zag de pacer eruit? Heeft hij de tijd überhaupt op zijn shirt staan? Ik versnel mijn pas in de hoop hem ergens te zien. Niets. Nogmaals versnel ik, deze keer ben ik goed buitenadem, tot ik een zwart shirt met felgroene letters zie: Follow me! 02:00:00. Gelukkig. Ik sluit me aan bij het groepje en ren met een gerust hart verder.

Ik loop nog geen 300 meter met het groepje van de pacer mee en ben het nu al zat. Ik kan dit tempo te makkelijk volhouden, dus besluit te versnellen en de groep in te halen. De kilometers die daarop volgen ren ik redelijk comfortabel en fijn, vliegen de kilometers voorbij en lijkt het allemaal voorspoedig te lopen. Ik loop sowieso een stuk fijner wetende dat ik de 02:00:00 pacer een stuk achter me heb gelaten. Het gaat lekker! Tot kilometer 13.

Ineens voelt mijn lichaam niet meer als de mijne. Een golf van vermoeidheid komt over me heen. Ik voel een enorme blaar van de stiletto’s van gisteren in mijn hiel prikken, heb enorme honger ondanks mijn gelletje van net, moet onwijs nodig plassen en wens dat dit over is. Waarom doe ik hier potverdorie aan mee? De gedachte nog 8 kilometer te moeten blijven rennen is ondragelijk. En geen dixies te bekennen. Wat een hel. Ik heb enorm veel zin langzaam te gaan joggen maar mijn ego wint het. Boven de 02:00:00 finishen, daar kan ik echt niet mee aankomen op social media. Dat is misschien een beetje ernstig, maar ik voel de sociale druk tijdens een wedstrijd enorm. Iedereen weet dat ik makkelijk sneller kan, ik zou zelfs sneller dan dit kunnen, opgeven is voor watjes. Steevast ga ik door, zet mijn Top 40 España op Spotify nog harder en knijp mijn handen samen. Op naar de finish.

Mijn gedachten dwalen af en zijn overal en nergens. Rond kilometer 16 heb ik de motivatie weer te pakken en lijkt de finish ineens dichterbij dan ooit tevoren. Wat een mood swings, deze race! Mijn nek begint langzaam maar zeker te irriteren en ik trek aan mijn hals. Ineens word ik knalrood. Nee joh, dat kan toch niet? Heb ik nou serieus mijn t-shirt verkeerd om aan? Dat betekent dat ik al ruim 2 uur voor paal loop. Ik maak mezelf wijs dat mensen zullen denken dat ik het expres heb gedaan, omdat ik nu de tekst RUNNER op mijn borst heb staan. Toch?

Kilometer 21. De vorige kilometer ging zwaar en leek maar niet voorbij te gaan. Niet zo gek ook natuurlijk, sinds november vorig jaar heb ik deze afstand niet meer gerend. Denkend aan een warme douche en vet eten, wensend dat deze hel over gaat word ik ineens uit mijn gedachten geschreeuwd:

Lau! Venga, VAMOS!

Het is Tony. TONY! Ik had hem nog zo gezegd dat hij thuis moest blijven met dit rotweer, dat ik makkelijk met de bus naar huis zou kunnen gaan. Ik kan het niet geloven en ga met een enorme smile richting de finish. Ik versnel nog wat, ondanks dat ik me als een vaatdoek voel, en kom met een nette 1:55:07 over de finishlijn.

Zo. Dat heb ik toch maar weer mooi gedaan.

Liefs,

Lau