‘IT’S SO HOT! 3K to go. I need to puke.’

Bovenstaande kreet behoorde tot mijn Instagram post van gisterochtend, samen met nog zo’n 3 andere foto’s diezelfde ochtend. Het was duidelijk dat het de dag van mijn race was, en ik zal er niet om gaan liegen: de race was KL*TE. Geen runner’s high, genietmomentjes of fijne kilometers. Maar ook deze runs horen erbij, die runs waar de man met de hamer zo uit het niets op je pad verschijnt. Hoe graag ik die ook ontwijk, gisteren was er niet aan hem te ontsnappen. Gelukkig was er ook een pluspuntje met betrekking tot mijn Dam tot Dam training. Al nieuwsgierig naar mijn lijdensweg van gisteren? Het is achteraf gezien namelijk best hilarisch. Achteraf dan hè, want op het moment zelf zag ik er het lolletje absolúút niet van in ;-).

20140810_073138-1

De ochtend begon, zoals ik in mijn blogpost van gisteren al had verteld, slecht. Een gouden regel van hardloopwedstrijden in het algemeen is probeer nooit, maar dan ook nóóit iets nieuws vlak voor een race. Doe maar gewoon lekker normaal, dan weet je wat je te wachten staat net zoals met je trainingen. Helaas was mijn geplande bananenontbijtje niet mogelijk en was een 10 kilometer zonder ontbijt al helemaal geen optie, dus ging ik voor aardbeienyoghurt met perzik en chiazaad. Foute keus.

Bij de inschrijving de dag van te voren werden de startbewijzen en chips uitgedeeld, samen met een goodiebag. Nieuwsgierig als altijd opende ik de tas om te kijken wat erin zat. Als het aan mij ligt krijgt deze race de prijs voor vreemdste hardloop goodiebag ooit, met als inhoud: 1. een zakje chips. 2. een lolly. 3. een gelletje (voor de 10 kilometer, really?) 4. 2 pakken kippensoep (!?!) 5. Origineel zijn ze in elk geval wel. De kippensoep doet het hem ;-).

Met mijn nieuwe belt om (review komt één deze dagen online), mijn startnummer die ik met oorbellen vastgenageld had (zonder clips moet je creatief zijn) en mijn chip goed bevestigd aan mijn schoenen liep ik snel de kant van de atletiekvereniging op. Overal zag ik mensen druk in de weer en velen waren het parcours al aan het afrennen. Ik kreeg een scheut in mijn maag: het was toch niet al begonnen? Natuurlijk zie ik dat mensen zich aan het opwarmen zijn, maar dit zag er wel héél fanatiek uit. Toch even navragen. ‘Uh, perdone, senior.. Por que estan corriendo!?’ ‘Para calentar’ Om op te warmen dus inderdaad. OEF. Gelukkig. Toch moest ik opschieten, ik was namelijk slechts 5 minuten voor de officiële begintijd gearriveerd op de vereniging. Snel liep ik naar het startvak waar verschillende pacers stonden te wachten: 40 minuten (welke gek… ?).. 45 minuten (in mijn stoutste dromen niet).. 50 minuten. 50 minuten leek mij het beste plan. Nog steeds ver onder mijn doeltijd, maar ik vind het fijn in ieder geval met een beetje pas erin te lopen. Ik schoof mij aan bij de horde Spanjaarden en voelde alle ogen in mijn rug prikken. Niet zo gek, ik was immers 1. één van de weinigen vrouwen. 2. droeg roze schoenen met matching broekje. 3. de enige blondine. 4. de enige niet Spaanse. Het toeristische gehalte straalde van mij af- ik voelde mijn wangen rood worden. Kon overigens ook door de zon komen, die al verdomd vel aan het schijnen was. Snel trok ik mijn cap verder over mijn hoofd en verstopte mij achter de klep. Het startschot klonk en de wereld begon te bewegen.

‘I’m feeling hot hot HOT’ is het enige wat er de eerste kilometer door mijn hoofd schoot. De zon brandde al flink en de route bracht ons langs één van de vlakke landschappen richting god mag weten waar. Een erg fijne weg om te rennen, alleen geen streepje schaduw te bekennen. Mijn benen voelde goed aan en ook mijn adem was onder controle, wat mij nog best verbaasde met een tempo van 5’20 minuten per kilometer. De pacer van 50 minuten liet ik aan me voorbij glippen, die ging namelijk net wat te hard van stapel voor Spaanse begrippen. Daarbij kwam dat mijn maag al na de eerste kilometer begon op te spelen. Misselijk, maar dan ook al goed misselijk. Voor nu was mijn doel duidelijk: focus je op wat anders, dan vliegt de tijd zo voorbij. Alsof de goden mijn gebeden verhoord hadden was er genoeg amusants om op te focussen, mede dankzij de mede hardlopers. Kilometer 3 viel mijn oog op een man die zich wel heel snel vooruit wist te krijgen voor de bewegingen die hij maakte. Een giechel ontsnapte mijn keel en ik kreeg een rare blik van een hardloper naast mij. Die giechel was meer een brei aan zenuwen die omhoog borrelde, onmogelijk om tegen te houden. Nogmaals bekeek ik de passerende man en realiseerde ik mij dat hij aan het zogenaamde ‘snelwandelen’ deed. Wat een banaal gezicht! De komende minuten hield hij me bezig, in een poging uit te vinden hoe hij mijn tempo (een rennend tempo) bij wist te houden terwijl zijn beiden voeten één voor één helemaal de grond raakten. Zijn heupen werden driftig bij elke stap naar links en naar rechts geduwd en ook zijn armen vlogen daarbij wild mee. Respect, senior. Toch zag het er een tikkeltje loco uit.

Kilometer 4 werd ik ingehaald door een grote jongeman die in een opmerkelijk snel tempo zich een weg baande door de menigte. Niet om het één of het ander, maar je ziet vaak wanneer iemand natuurlijk aanleg heeft voor een hardloopbouw en wanneer totaal niet. De waarheid is vaak echter dat de mensen die wat smaller gebouwd zijn dezelfde snelheid met minder moeite afleggen dan iemand die wat zwaarder is. Des te meer respect had ik dus ook toen ik zelf mijn struggles en de hitte probeerde te onderdrukken op een tempo van inmiddels 5’10 minuten per kilometer, en werd ingehaald door de twee meter lange, flinke en grote gozer. Ik had medelijden met hem, het zweet gutste van hem af en zijn adem was alles behalve onder controle. Het feit dat hij zijn snelheid verhoogde maakte het er niet beter op. Met nog 6 kilometer te gaan wilde ik hem stiekem toch waarschuwen, maar niet iedereen heeft dezelfde tactiek. Misschien is dit hoe hij het volhoud, misschien is dit part of the plan. Ik bleef in ieder geval wijs op mijn tempo, al was mijn maag nu écht flink aan het protesteren.

Het getal 5 stond groot en duidelijk aangegeven op een bordje langs de weg. Een scheut van opluchting schoot door me heen: je hebt de helft gehaald! Toch kwam dit samen met een vleug van ellende: je moet nog de helft, en de tweede helft is altijd erger! Zucht. Ik had gelijk. Bij de gedachte alleen al wilde ik het liefst alles eruit kotsen, alleen al om het kloppen van mijn maag te stoppen. Ik moest mijn pas aanpassen, en ging langzamer joggen. Dit zorgde ervoor dat mijn adem vrijwel geheel op normaal tempo was- iets wat ik niet fijn vind tijdens een race. Ik wilde mijzelf bewijzen, minstens tot het punt gaan dat je buiten adem bent. Mijn lichaam wilde maar mijn buik zei nee. Koppig luisterde ik en paste ik mijn pas aan naar 5’30 kilometer per minuut.

We passeren het 6 kilometer punt. Ik begin het moeilijk te krijgen, heel moeilijk. Ik moet drinken maar ik kan niet drinken, slikken maakt me al misselijk. Afleiding, afleiding, afleiding. We kruisen een waterpost. Gretig gooi ik een flesje water leeg over me heen. Teleurgesteld kom ik erachter dat het water lauw, bijna warm is- een verkoeling is het absoluut niet. Wat had ik verwacht in Spanje? Opeens valt mijn oog op twee dikke benen die de lucht in wijzen. Wat gebeurd hier? Gretig naar wat sensatie loop ik naar de rechterkant van de weg, waar ik tot de conclusie kom dat het de jongeman was die mij eerder had ingehaald. Daar ligt hij, ogen dicht, benen omhoog en armen wijd. Iemand van de EHBO houdt zijn benen in de lucht, waarom weet ik niet. Naast hem ligt een plas die ik niet helemaal kan identificeren. Kots? Poeh, dat moet een opluchting zijn. Arme gozer. Snel loop ik door, biddend dat ik mijn ontbijtje nog kan inhouden tot het end. Op kilometer 7 echter begint het me echt in de weg te zitten: ik forceer mezelf om te drinken en vlak na mijn slok borrelt er een hete substantie omhoog. IEL! Wegslikken. Wegslikken. Nog even Lau. Afleiding. Maar het is zo héét en ze zon schijnt zo fééél. Ik zeur diep van binnen, als een klein kind dat om haar moeder vraagt. Het kan me niet schelen, ik heb dikke medelijden met mezelf. Zouden anderen zich ook zo voelen? Ik probeer te luisteren naar de gorchel, roggel en kreten van mijn medehardlopers om mij heen. Grote kans van wel.

In de wanhoop pak ik mijn telefoon erbij. Ik moet aan iets anders denken, even met jullie praten. Ik post een foto (ik werd trouwens betrapt op het maken van ‘voet foto’s’, waarom kan Samsung S4 niet zonder geluid foto’s maken?) en stop mijn telefoon weer weg. Het eerstvolgende bordje verteld mij dat ik nog twee kilometer moet gaan. Twee kilometer, dat is toch niets? Toch klinkt het als oneindig. Ik kan mij geen twee kilometer in die hitte meer voorstellen- ik moet hier weg. Achter een auto in de schaduw even zitten en bijkomen. Maar opgeven is geen optie. Ik pak mijn telefoon er weer bij en zie tientallen reacties op Instagram en Facebook: pogingen om mij aan te moedigen, mij te steunen en lieve woorden die voorbij komen. Nu kan ik al helemáál niet meer stoppen. Het publiek langs de zijkant kijkt mij raar aan: de enige roze, Hollandse blondine die meedoet zit ook nog eens casual op haar telefoon tijdens de race. Rare vogel, moeten ze vast gedacht hebben.

20140810_092028

Nog één kilometer te gaan. Het kan mij niets schelen wat de rest van mij denkt: ik blijf jullie reacties lezen. Het geeft me de afleiding en de kracht die ik nodig heb. Met nog zo’n 0.7K te gaan stop ik hem weer weg- in gedachten bedank ik jullie alvast. Die steun had ik echt even nodig- als enigste Hollander tussen honderden Spanjaarden zonder support. Gelukkig zullen mijn ouders bij de finishlijn op mij staan te wachten. Met nog een halve kilometer te gaan passeren we een tunnel, een diepe tunnel. Het doet mij denken aan de IJtunnel tijdens de Dam tot Dam, en ik zucht. Hoewel de weg naar beneden meestal een verlichting is pas ik in paniek mijn pas nog meer aan: elke stap dieper de tunnel in stuurt zo’n dreun door mijn lichaam dat het lijkt alsof mijn maag salto’s maakt. HELLUP! Ik knars mijn tanden op elkaar. Niet aan denken. Voor ik het weet heb ik de atletiekbaan in zicht en maakt mijn hart een sprongetje: nog slechts één rondje om de baan en ik heb het gehaald! Ik probeer een eindsprint te maken, maar het zit er niet in. Misschien versnel ik iets, misschien ga ik juist langzamer: ik heb geen idee. Ik kruis de finishlijn en neem met volle liefde zowel een Aquarius, Sportdrankje en een stuk meloen in ontvangst. I MADE IT. I DID IT. HELL YEAH!

20140810_093434

20140810_093331

Met een tijd van 53:48 laat ik het 10 kilometer parcours achter mij. Ik ben heel tevreden met mijn tijd ondanks mijn maag, maar ook weer erg ontevreden. Het is namelijk enorm frustrerend (maar met betrekking tot de Dam tot Dam dus weer gunstig): mijn lichaam kan de 10 kilometer inmiddels met gemak afleggen en ook conditioneel kost het mijn lichaam nauwelijks enige moeite. Toch is het elke keer weer die maag die opspeelt en die niet alleen mij enorm in de weg zit, maar gewoon echt tegenhoud om verder te kunnen. Ik heb hier vaker over gelezen op Runnersworld en het schijnt een probleem te zijn waar meerdere renners mee te maken hebben. Ik moet een manier zien te vinden om hier mee om te kunnen gaan. Iedereen heeft zo wel zijn probleem: is het niet de conditie dan is het wel zo’n rotblessure. In mijn geval is het mijn maag. Zal ik hier (op tijd) een oplossing voor kunnen weten te vinden?

Ik hoop dit binnenkort te kunnen beantwoorden.

20140810_111323

Na de race ging ik regelrecht naar de zee voor een verfrissende duik en besloot ik onderweg naar het huisje gelijk een grote baguette mee te nemen. Onder het genot van een pot crunchy Calvé pindakaas, de beentjes in de lucht en een lekkere glaasje kokoswater kwam ik weer helemaal tot rust. Nu sta ik mezelf toe nog even lekker te genieten van het fijne gevoel dat een wedstrijd met zich mee brengt. Zo negatief als mijn pre-race thoughts namelijk waren, zo positief zijn de post-race thoughts. Victory, een heerlijk gevoel!

Heb jij wel eens last van je maag tijdens het rennen? Zo ja, zijn er bepaalde dingen die helpen het te verminderen?

Volg Runninglau ook via BloglovinTumblrInstagram of Facebook!

Liefs,

Lau