Eigenlijk wil ik dit keer helemaal geen race-verslag schrijven. Ik heb namelijk wéér een kut-race gehad en ik begin er nou zo langzamerhand wel genoeg van te krijgen. Maar goed, ook de slechte runs horen erbij. Vandaag dus een race-verslag van de Marktstad run die afgelopen zondag plaatsvond, een race in mijn eigen woonplaats Purmerend, een race met een sfeertje waar je u tegen zegt! Ondanks het uurtje lijden tijdens de race zelf werd het een meer dan gezellige dag samen met Ashley, die ik ervan verdenk stiekem voorafgaand aan de run een paar pepertjes in haar derrière te hebben gestopt.

Van te voren had ik deze keer geen specifieke streeftijd voor de race in gedachten. De afstand was 8EM (12.8K) en dus dé perfecte voorbereiding op de Dam tot Dam eind deze maand. Mijn doel was hem relaxed te lopen en het meer te zien als een gezellige afwisseling van mijn standaard trainingen op zondag. Hoewel ik dus geen streeftijd had, wist ik dat mijn ‘relax-tempo’ op het moment ergens tussen de 5’30 en 5’40 kilometer per minuut moest liggen. Het feit dat ik geen druk op mezelf had gelegd maakte dat ik er van te voren al naar uit keek en er geen zenuwen aanwezig waren. Geen prestatiedruk kan ook wel eens fijn zijn.

Om kwart over één sprong ik op mijn fiets naar het centrum (eindelijk eens niet die urenlange reis met het OV!) waar ik met Ashley voor de Runner’s World had afgesproken. Als buurman & buurman (outfit match: check!) liepen we richting het bruisende plein waar al alles volop aan de gang leek te zijn. Ook leuk om te horen was dat mijn naam al een paar keer was omgeroepen om te laten weten dat ik mee zou doen, alleen was Runninglau zelf nog niet aanwezig. Oeps.


Screenshot_2014-09-08-11-06-07

Na een hoop geklets met Jan en alleman was het tijd om me in mijn Herzog Medical sokken te hijsen, die ik vanaf vorige week trouw tijdens elke afstand langer dan 10 kilometer aantrek. De dorst begon op dat moment al flink toe te nemen toen ik mij realiseerde dat ik geen water had meegenomen. Great Lau, great. Eenmaal in het startvak aangekomen kwamen Ashley en ik Carmen nog tegen. Het zou haar eerste race worden, bij Carmen waren de zenuwen dus best aanwezig (ik kan mijn eerste race nog herinneren, ik kon wel op de wc blijven zitten…). Om kwart over twee precies klonk het startschot en gingen we (na het maken van een last-minute selfie natuurlijk) langzaam maar zeker naar voren. T*ring, wat had ik een dorst. Ashley en ik hadden van te voren afgesproken samen te gaan lopen: ik was van plan het rustig aan te doen en Ashley -die na een zomer vol alcohol en feestjes het hardlopen zacht uitgedrukt links had laten liggen- was het daar helemaal mee eens.

De eerste kilometer kwam langzaam op gang maar al snel had ik een lekker relaxed tempo te pakken. Ik rende rond de 5’30 kilometer per minuut en vond het allemaal prima zo, maar Ashley dacht daar anders over. De man voor haar stonk (haar woorden, haha), de vrouw naast haar was aan het duwen en ze had dus alle motivatie en energie om steeds verder -zigzaggend en al- zich door de mensen heen te duwen. Zoals altijd zorgde ze weer voor de meest grappige situaties, al werd dat op kilometer twee iets minder grappig toen we al een tempo van 4’30 kilometer per minuut aan hadden genomen. We hadden beiden duidelijk een ander tempo in gedachten, en besloten elkaar te verlaten. Of nou ja, Ashley met de pepers in haar reet zoefde als een gek vooruit en ik ging weer lekker terug naar mijn eigen tempo. Hè hè, dat was beter zo. Ik had zin om te genieten van de run en dat ging prima met mijn tempo van 5’30 kilometer per minuut. Mijn tong voelde inmiddels aan als een droge schuurspons in mijn mond en ik verheugde me al op de eerst komende drinkpost.

Die drinkpost kwam na zo’n 4 à 5 kilometer. De zon scheen inmiddels recht op ons raap en ik had het gevoel dat ik weer in Spanje aan het rennen was. Een beetje weeïg van de zon in combinatie met de dorst die ik had voelde ik me niet al te goed. Gretig pakte ik twee bekers water aan en klokte ik ze achterover. GOOD. Dacht ik. Mijn tong was inmiddels weer een normale tong in plaats van een droge lap, maar de twee bekers water klotste zich vrolijk door mijn maag. Diep van binnen hoopte ik dat ik het maar tijdelijk zou zijn, maar ik wist wel beter: ik was misselijk. En goed ook. En die misselijkheid gaat, naar ervaring, pas weg zo’n kwartiertje na het lopen. Zolang ik blijf rennen zal het blijven, en elke stap die ik neem ook weer erger worden. Mijn broodje oude kaas kwam steeds verder omhoog en ik was gedwongen mijn tempo aan te passen.

10615384_875224252490003_4037939427131623422_n

Langzaam maar zeker bereikte ik een tempo van 5’45 per kilometer. Je moet je voorstellen dat 5’30 voor mij een relaxed en comfortabel tempo is- alles wat ik dus daarboven loop wordt gewoon dodelijk saai. Mijn lichaam deed het prima (geen pijntjes, steken of blessures) en conditioneel kostte het nauwelijks moeite. Het was zelfs zo erg dat ik ook niet eens een beetje buiten adem was, in feite liep ik dus gewoon met mijn mond dicht. De misselijkheid werd daarentegen steeds erger en de afstand leek nog zo ver dat ik maar op andere manieren afleiding probeerde te zoeken. En dus belde ik mijn moeder, waarvan ik wist dat die mij al op stond te wachten ergens bij de finish. We hadden een doodleuk gesprek over de dagelijkse dingen en deze afleiding hielp me weer een paar stappen verder. Na een aantal minuten hing ik weer op. Focus. Jammer  alleen dat één van de fotografen me wist te betrappen. Caught in the act…

De volgende kilometers weet ik niet zo goed wat ik gedaan heb of waar ik met mijn gedachten zat. Het erge is dat ik niet eens weet waar ik heb gelopen en dus helemaal niets van het parcours heb meegekregen. Bij aankomst op kilometer 11 rende ik langs het huis van één van mijn vrienden die op zijn dooie gemakkie een lekker broodje zat weg te stouwen. Ik riep voor een kotsemmertje. Jammer genoeg lachte die me alleen maar uit. Met mijn kiezen op elkaar ging ik weer door: nog minder dan 2 kilometer te gaan.

kaartje

Met nog één kilometer in het vooruitzicht besloot ik Ashley te bellen. De Speedy González dat ze is wist ik dat zij al lang gefinisht moest zijn. En ja hoor: mevrouw bleek hem in 1 uur en 5 minuten gelopen te hebben. Ik was enorm blij voor Ashley en schreeuwde het uit door te telefoon, wat leidde tot wat vreemde blikken van mijn mede hardlopers. Voor ik het wist had ik nog 300 meter te gaan. Ik besloot te sprinten, ik had immers nog genoeg energie over, na 300 meter zou het over zijn met die misselijkheid. Met een tijd van 1 uur, 13 minuten en 20 seconden kwam ik over de finish. Het werd eens tijd.

IMG-20140907-WA0004

Na afloop werd het gelukkig nog een heerlijke middag op het terras met bekenden, vrienden en familieleden. De Marktstad run is absoluut een race die ik niet had willen missen en ik ben er dan ook zeker weer bij volgend jaar. Wel baal ik enorm van mijn tijd. Hoe kan het dat mijn trainingen van 15+ kilometer nog beter gaan dan de races zelf? Ik denk dat de hitte een grote rol speelt. Tot nu toe zijn alle races waarbij ik zo’n last had van mijn maag de races geweest waarbij de gehele tijd volop de zon scheen. Zelf draag ik altijd een petje tijdens mijn trainingen maar nooit tijdens officiële lopen. Misschien dat dat mij volgende keer weerhoud van zo naar worden.

We’ll see. Toch ben ik niet tevreden.

Dam tot Dam, ik ga je opeten. Al maakt het me misselijk.

Heb jij meegedaan aan de Marktstad run, of een andere officiële loop gelopen dit weekend?
Volg Runninglau ook via BloglovinTumblrInstagram en Facebook of schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief!

Liefs,

Lau