Alwin en Saske van het YouTube kanaal VetGezellig plaatsten zojuist een van de meest inspirerende en mooist gefilmde video’s op hun kanaal. In deze documentaire wordt Alwin geïnterviewd over zijn angststoornis, een stoornis die hem al heel zijn leven volgt. Nog geen 10 minuten in de video merkte ik dat sommige dingen mij bekend voorkwamen. Na 17 minuten en 40 seconden besloot ik de video te pauzeren en dit van mij af te schrijven. Ook ik heb namelijk jarenlang last gehad van een angststoornis en tot vandaag heb ik dat nooit eerder gedeeld op mijn blog. Geïnspireerd door Alwins dappere zet deel ik vandaag iets heel persoonlijks met jullie, een angst die jarenlang speelde. Een angst waar ik uiteindelijk zélf vanaf ben gekomen.

Ik weet nog zo goed waar en wanneer mijn angst begon.

2005. Ik kom net terug van de verjaardag van mijn oma in Amsterdam. Zuchtend en steunend zit ik in de auto op de achterbank terug naar Purmerend. Mijn gulp staat wagenwijd open en er rust één hand op mijn buik. Ik kan niet meer. Normaal letten mijn ouders altijd op wat ik eet, maar bij mijn oma mag alles en bovendien is het op zo een verjaardag toch altijd een beetje chaotisch. Ik had lekker van de situatie gebruik gemaakt door niet alleen te snoepen van zo een beetje alles wat op tafel stond, maar ook nog eens mijn lieve oma gevraagd om een zak chips. Gevolgd door een zak popcorn. Wist mijn oma veel dat ik dat allemaal daadwerkelijk op kreeg. Of nou ja, nu heb ik er spijt van. Ik zit met mijn ogen dicht in de hobbelende auto en mijn buik doet zeer. Als we na een half uur eindelijk de straat uitrijden zeg ik tegen mijn ouders dat ik wil uitstappen en terug wil lopen, ik houd het geen seconde meer uit in de wiebelende, misselijkmakende auto, maar daar zijn ze het niet mee eens. Eenmaal thuis weet ik niet waar ik het moet zoeken van de misselijkheid. Ik besluit mijn favoriete film Grease op te zetten, die maakt mij immers altijd blij, ongeacht mijn humeur. Vandaag blijkt een uitzondering te zijn. Ik kom niet verder dan ze scene waar Sandy en Danny vrolijk Summer Nights op het schoolplein zingen en ga kruipend naar boven. Ik weet niet hoe lang het duurt voordat ik alle resten van die middag eruit kots, maar ik weet dat het lang duurt. Heel lang. Urenlang word ik overtroffen door een oneindige misselijkheid, terwijl mijn moeder met een washandje op mijn hoofd mij probeert te kalmeren. Als ik eenmaal alles uitkots denk ik dat ik stik. Dat de golven zure brei nooit meer op zullen houden. Wat een hel. Wat een ongelooflijke, verschrikkelijke hel. Ik beloof mezelf nooit meer zoveel te eten. Ik beloof mezelf nooit meer misselijk te worden. Ik moet en zal nooit meer misselijk worden. 

Het was het begin van mijn Emetofobie.

Emetofobie is de wetenschappelijke term voor braakfobie. Het is een extreme en irrationele angst voor overgeven. Het is wereldwijd de zevende meest voorkomende fobie. Minstens 115.000 Nederlanders en Belgen lijden eraan. Sommige emetofoben voelen zich constant misselijk, vaak hebben ze ook maag- en darmproblemen (bron).

De eerste keer dat ik last kreeg van de fobie was niet lang na het “overgeefincident”. Ik speelde een paar keer per week standaard bij mijn beste vriendinnetje thuis, waar we fanatiek op de Game Cube MarioKart zaten te spelen. Ineens dacht ik een raar gevoel op te merken in mijn buik en werd ik overspoeld met maar één gedachte: “Straks moet ik overgeven”. In paniek zei ik mijn vriendin dat ik me niet lekker voelde en rende ik als een speer naar huis. Eenmaal thuis was ik van al mijn kwaaltjes af. Geen misselijkheid, geen buikpijn. Dit gebeurde niet één keer, niet twee keer, maar regelmatig. Thuis zijn leek de oplossing, daar was ik veilig en daar was mijn moeder om me te helpen als ik dan toch ineens zou moeten overgeven.

Jammer genoeg kunnen we niet altijd en overal terug naar huis rennen.

Ik weet nog goed dat we tijdens een kinderfeestje gingen karten. Ik vond het geweldig en ging als een gek door de bochten. Bij één van de bochten botste ik tegen een van mijn klasgenootjes aan, die vervolgens met een bleek gezicht langs de kant ging staan. Niet veel later kotste ze alles wat we op het kinderfeestje hadden gegeten uit. Tot overmaat van ramp ging het daarna iets beter met haar, waardoor we gewoon doorgingen met de planning. Ik geloofde er niets van. Wat nou als ze weer zou moeten spugen? Of als ze mij zou aansteken? Dat kon natuurlijk helemaal niet, maar ik was 10. Mijn fantasie ging ver. Ik werd samen met haar in een simulator attractie gezet en het enige wat ik kon denken was: Alsjeblieft, spuug alsjeblieft niet nog een keer. Het kinderfeestje was voor mij verpest.

De fobie ging door op de middelbare school. Het verschil met de basisschool was dat ik me nu niet ineens terugtrok als ik overspoeld werd door de angst om te moeten overgeven, dat kon ik dus echt niet maken. Ik wilde aardig gevonden worden en niet een of andere rare kneus. Dit betekende niet dat de emofobie zomaar over was. Nog steeds wist ik trouwens niet dat dit een fobie was. Wat ik wel wist, was dat ik in geen ruimte kon zijn met zieke mensen, geen achtbanen meer in durfde terwijl ik hier altijd zo dol op was en ik niet eens een film kon zien waarin gekotst werd. Het minste geringste dat ook maar iets met overgeven te maken had of overgeven kon veroorzaken zorgde ervoor dat mijn maag zich omdraaide.

Ik denk dat mijn Emetofobie zo een 7 jaar heeft geduurd. Toen ik Alwin in zijn documentaire hoorde praten over de onrust in grote groepen, paniekaanvallen in de bus en de angst om ziek te zijn of worden kwam het ineens allemaal naar boven. Ik was letterlijk voor alles bang wat met overgeven te maken had, zelfs al liet ik dat bijna nooit merken aan de buitenwereld. Volgens Wikipedia kan Emetofobie op verschillende manieren vorm krijgen:

  • Smetvrees voor bacteriën die buikgriep of dergelijke veroorzaken
  • Straatvrees en/of paniekstoornissen
  • Dronken mensen vermijden
  • Constant de houdbaarheidsdatum van voedingsmiddelen controleren

Ik had last van al deze vormen. Was er minimaal wel één keer per dag onbewust mee bezig. Inmiddels ben ik 22 en ben ik niet meer bang om te overgeven. Ik mijd geen ziekenhuizen of zieke mensen meer, houd Tony zijn haar uit zijn gezicht als hij kotsend boven de toilet hangt en durf zelfs iets wat over de datum is maar nog goed ruikt te eten. Ik ben 99% van mijn Emofobie af.

Hoe?

Door mijn angsten aan te gaan. Op mijn 16e kwam ik steeds meer in aanmerking met feestjes en dus automatisch met dronken jongeren. Ik had iedere week wel een feestje (als het er niet twee waren) en ondanks het feit dat ik zelf nog nooit heb gekotst door de drank, was het voor mijn vrienden meer regel dan uitzondering. Ik was te stoer om te laten zien dat ik bang was voor braaksel, te nieuwsgierig om feestjes te missen. Dus daar stond ik dan, met een enorme knoop ik mijn maag toe te kijken hoe anderen te diep in het glaasje keken en alles er weer lekker uitkotsten. Het luchtige gedrag van mijn vrienden hielp mij van mijn angst af te komen. Die konden er immers om lachen: “Kijk, Kees heeft vanmiddag bonen gegeten, je ziet ze zo zitten!” Ik denk dat ik voor het eerst realiseerde dat ik niet meer zo bang was voor overgeven als vroeger, toen ik op mijn 17e mijn dronken vriendin haar kots moest opruimen. Ik had zelf drie wijntjes op, wat ervoor zorgde  dat ik minder alert was en het gewoon maar deed. Daarna drong het pas tot mij door wat voor een overwinning dit voor mij is geweest. De knoop werd pas echt doorgehakt toen ik door een heftige buikgriep zelf tot wel 5 keer aan toe moest overgeven. Ik weet de eerste keer nog zo goed. Ik ging op mijn knieën zitten, deed mijn ogen dicht en zei tegen mezelf: “Lau, dit stelt niets voor.”

Het stelde inderdaad niets voor.

Waarom dan die 99%?

Ik merk dat ik, ondanks alles, sommige gewoontes van vroeger niet helemaal kwijt ben. Zo heb ik zelf nog nooit gedronken tot ik helemáál de weg kwijt ben, uit angst om te moeten overgeven. Anderen helpen en spugen als je ziek bent is één ding, maar het vrijwillig veroorzaken? No way! Dit is natuurlijk iets positiefs. Ik heb er ook minder positieve eigenschappen aan overgehouden. Zo heb ik heel af en toe nog steeds het idee dat ik misselijk ben, terwijl ik weet dat het niet zo is. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens een lange vliegtuigrit. Of in de bus.

Ondanks dat ik er tegenwoordig zelden last van heb, was de laatste keer toevallig dit weekend, toen ik in de Zara stond af te rekenen. De rij was oneindig en het duurde allemaal zo lang. Het was heet en ik had toevallig écht een beetje last van mijn buik die dag. Ik was bijna aan de beurt maar had ineens het gevoel dat ik echt niet meer kon. “Zie je nou wel? Ik ben ziek!” dacht ik bij mezelf terwijl ik hoopte dat de zeurende klant voor mij zou opschieten. Ik werd onwijs misselijk, mijn hart begon sneller te kloppen, ik werd duizelig, kreeg het heet en voelde de ogen in mijn rug prikken. Ik dacht oprecht dat ik zou flauwvallen. Je zou het een kleine paniekaanval kunnen noemen. Toch moest ik van mezelf blijven staan tot ik de broek had afgerekend. Eenmaal buiten voelde ik me al een stuk beter, in de frisse lucht. Dit is dan ook wat me door zo een situatie trekt: Het zit in mijn hoofd. Ik maak het zelf erger dan het is.

Ik ben nooit in therapie gegaan en ben er vanzelf overheen gegroeid. De oplossing zat hem bij mij in het aangaan van mijn angsten, iets waar ik zelf met de jaren achter moest komen. Dit betekent niet dat therapie geen goede keus zou kunnen zijn. Ik wist destijds überhaupt niet dat het om een angststoornis ging. Denk of weet jij dat je emetofobie hebt? Beheerst het jouw leven? Dan is een afspraak met een therapeut misschien helemaal niet zo een gek idee. Praat erover.

Ik wilde dit artikel met jullie delen om het taboe op angststoornissen te doorbreken. Ik wilde dit artikel met jullie delen omdat ik het zo dapper vind dat Alwin hetzelfde heeft gedaan.

Ik wilde dit artikel met jullie delen om te laten zien dat een angststoornis niet per sé voor altijd hoeft te zijn.

En zelfs al is dat het geval, dan is er altijd een manier om er mee te leren leven.

Liefs,

Lau

 

 

 

Laura

Written by 

Op mijn blog wil ik je laten zien hoe mooi het leven eigenlijk wel niet is, hoe je het beste uit jezelf kunt halen en je vooral je stimuleren je dromen te durven volgen. Life is good!

    Find more about me on:
  • facebook
  • linkedin
  • youtube